Laatst Gereageerd
Hawking: God creeerde het heelal niet
Een vrolijk kerstfeest (deel 1)
Telefoonpaal verandert in Jezus aan het ..
'Jezus was HIV-positief'
Credible.nl is nu een stichting
[Update] 'Jezus redt' wordt rood
Bollywoodfilm over Jezus in de maak
David de Vos ontmoet president Burundi n..
Biecht je zonden op in The Bible Online
Anti-God kinderboek in Nederland
Ophef over Heilige Communie aan hond
Dominee levert in bij Crystal Cathedral
Belgische steunbetuigingen voor geesteli..
Indonesische kerken delen Korans uit
Geldproblemen bij Soul Survivor
Koperdief met hoogwerker van kerkdak geh..
Maria verschijnt in Amerikaanse kerk
Roze kerkdienst in Amsterdam succesvol
Waterdichte Bijbel voor alle weersomstan..
In de PKN is behoefte aan esoterie deel ..
Een vrolijk kerstfeest (deel 1)
Telefoonpaal verandert in Jezus aan het ..
'Jezus was HIV-positief'
Credible.nl is nu een stichting
[Update] 'Jezus redt' wordt rood
Bollywoodfilm over Jezus in de maak
David de Vos ontmoet president Burundi n..
Biecht je zonden op in The Bible Online
Anti-God kinderboek in Nederland
Ophef over Heilige Communie aan hond
Dominee levert in bij Crystal Cathedral
Belgische steunbetuigingen voor geesteli..
Indonesische kerken delen Korans uit
Geldproblemen bij Soul Survivor
Koperdief met hoogwerker van kerkdak geh..
Maria verschijnt in Amerikaanse kerk
Roze kerkdienst in Amsterdam succesvol
Waterdichte Bijbel voor alle weersomstan..
In de PKN is behoefte aan esoterie deel ..
Reuzen in Israel 
Levi is in Israel en doet verslag...
Vandaag ging ik naar Em’ek Refa-iem. Dat is het gebied in de omgeving van de oude stad van Jeruzalem waar vroeger, in bijbelse tijden, reuzen woonden. Het is eigenlijk een vallei, op ongeveer een half uur, of drie kwartier loopafstand van de oude stad van Jeruzalem. Iedereen kent ook wel het verhaal van Davied, die het opnam tegen de reus Go’li-ath. In dit dal, Em’ek Refa-iem, versloeg de kleine Davied de reus, door eenvoudigweg een steen tussen zijn ogen te slingeren. Het klinkt heel gemakkelijk, en zo wordt het ook voorgehouden op de zondagsschool, maar je zal er maar staan met je harp en je slinger. Kennelijk was de reus gevoeliger voor de slinger dan voor muziek.
Tegenwoordig is deze vallei ingelijfd bij de stad Jeruzalem en is het bijna volledig bebouwd. Het staat nu bekend onder de naam „German Colony“ (Hebreeuws, spreek uit als: Hamoshava Hagermanit), wat Engels is voor „Duitse kolonie“, of in beter Nederlands vertaald en rechtdoend aan het begrip, „Duitse wijk“. Niet alleen in naam is de wijk Duits, maar voornamelijk vanwege de inwoners. Dit is het deel van Jeruzalem waar menig Duitse Israeli zich na de oprichting van de staat Israel vestigde. Ik kon dat ook zien, want toen ik over de Ze’ev Jabolinsky liep en op de kruising met Balfour kwam, zag ik rechts voor mij boven een statig, vrijstaand huis, een Duitse vlag wapperen. Wie had dat ooit gedacht, dat in de staat Israel die mede door toedoen van de Duitse bezetting van vrijwel geheel Europa is opgericht (of beter gezegd: heropgericht) een Duitse vlag gehesen zou worden. In mijn ogen was dit niet alleen constrasterend, maar vreemder vind ik het nog dat er kennelijk Israeli’s zijn die trots zijn op Duitsland, ongeacht alle verschrikkingen die zich daar tijdens en voor de tweede wereldoorlog hebben afgespeeld. Wie bij mij dan ooit nog aankomt met een uitspraak als zouden immigranten het land waarin zij komen te wonen niet als vaderland zien, vind bij mij geen luisterend oor. Dat terzijde.
Em’ek Refa-iem is de meest onwinkelse winkelstraat die ik ooit heb gezien. Van de straat werd hoog opgegeven door een vrouw, die ik eerder in een boekenwinkel sprak. Zij woont in de Duitse wijk en vertelde mij dat het een winkelstraat was die niet te vergelijken was met de winkelstraten in het centrum, zoals Ben Yehuda en Yaffo. En ze had gelijk. Want waar in Ben Yehuda en Yaffo de winkels het algemene straatbeeld bepalen en de eetgelegenheden in de minderheid zijn, zo zijn in de winkelstraat Em’ek Refa-iem de winkels in de minderheid en de eetgelegenheden in de meerderheid. Om het anders, maar nog duidelijker te zeggen: de straat met bars en restaurantjes werdt zo nu en dan afgewisseld met een enkele winkel. Een van de winkels was een boekwinkel, waar ik een schrift heb gekocht, om mijn ervaringen in op te schrijven. Zulke lachwekkende gebeurtenissen moeten immers bewaard blijven voor het nageslacht, vind ik.
In tegenstelling tot de „oude stad“ zie ik hier af en toe iemand met een kipa, maar eigenlijk vrijwel niemand met een baard, hoed, zwarte kleding, pijpenkrullen, of een combinatie van dat alles. In deze wijk zijn mensen dus blijkbaar wel religieus, maar niet orthodox en dat vind ik op zich prettig. Niet omdat ik iets tegen orthodoxe Israeli’s heb, maar slechts om het simpele feit dat ik mijzelf nu niet zo in de minderheid voel. Aan de andere kant zou deze vallei, waarin ik nu loop, juist het gevoel van de minderheid moeten benadrukken. Het volk Israel kon immers, in de dagen van Davied, de tegenstander met de reus Go’li-ath niet verslaan en was dus feitelijk in een mindere positie.
Het verschil tussen meer en minder wordt in deze wijk overigens goed benadrukt. De wegen en straten zijn goed onderhouden en schoon - in tegenstelling tot de moslim-wijken – en de woningen hebben een bepaalde uitstraling. Kinderen zouden ze beschrijven als „mooi“, maar meer onderlegde mensen zouden zeggen dat de huizen „klasse“ hebben. Het komt allemaal op hetzelfde neer. Dit is duidelijk een van de betere wijken van Jeruzalem en hier vestigen zich de mensen die het geld hebben om zich een „mooi“ huis te veroorloven.
Op enig moment loop ik over de straat „Dubnov“ en hier klopt iets niet met het straatbeeld. Aan de linkerkant zie ik een prachtige rij huizen, maar aan mijn rechterhand, waarde vallei naar beneden toeloopt, zie ik een stuk dor landschap. Dat landschap is bezaaid met keien en rotsen. Sommigen zo klein als kiezels, anderen zo groot zoals ik ze voor het laatst bij de hunnebedden in Drenthe heb gezien. Hadden die reuzen van weleer nu maar een voorbeeld genomen aan onze Drenthenaren en de rotsen netjes bij elkaar gelegd in de vorm van iets waarvan historici nu alleen nog maar kunnen gokken van wat het toch in `s hemelsnaam zou voorstellen. Want nu lijkt dit landschap helemaal nergens naar. Of toch wel? Ik kijk over het veld uit en raap en van de vele keien op die er liggen. Met een soortgelijke steen, uit exact deze zelfde vallei, heeft Davied de reus Go’li-ath verslagen. Met een beetje geluk – en heel veel toeval – was het heel misschien wel deze zelfde steen die ik nu in mijn handen heb...
Dat zijn hele vreemde gedachten, die zo ineens door je hoofd kunnen spoken. De geschiedenis van Davied en de reus wil mij maar niet loslaten, terwijl ik hier rondwandel. Ik loop weer terug naar de oude stad, terwijl ik de indrukken die ik opgedaan heb op mij in laat werken. Vroeger woonden hier reuzen, nu Duitsers. Ach, op den duur wordt iedereen verslagen...
Vandaag ging ik naar Em’ek Refa-iem. Dat is het gebied in de omgeving van de oude stad van Jeruzalem waar vroeger, in bijbelse tijden, reuzen woonden. Het is eigenlijk een vallei, op ongeveer een half uur, of drie kwartier loopafstand van de oude stad van Jeruzalem. Iedereen kent ook wel het verhaal van Davied, die het opnam tegen de reus Go’li-ath. In dit dal, Em’ek Refa-iem, versloeg de kleine Davied de reus, door eenvoudigweg een steen tussen zijn ogen te slingeren. Het klinkt heel gemakkelijk, en zo wordt het ook voorgehouden op de zondagsschool, maar je zal er maar staan met je harp en je slinger. Kennelijk was de reus gevoeliger voor de slinger dan voor muziek.
Tegenwoordig is deze vallei ingelijfd bij de stad Jeruzalem en is het bijna volledig bebouwd. Het staat nu bekend onder de naam „German Colony“ (Hebreeuws, spreek uit als: Hamoshava Hagermanit), wat Engels is voor „Duitse kolonie“, of in beter Nederlands vertaald en rechtdoend aan het begrip, „Duitse wijk“. Niet alleen in naam is de wijk Duits, maar voornamelijk vanwege de inwoners. Dit is het deel van Jeruzalem waar menig Duitse Israeli zich na de oprichting van de staat Israel vestigde. Ik kon dat ook zien, want toen ik over de Ze’ev Jabolinsky liep en op de kruising met Balfour kwam, zag ik rechts voor mij boven een statig, vrijstaand huis, een Duitse vlag wapperen. Wie had dat ooit gedacht, dat in de staat Israel die mede door toedoen van de Duitse bezetting van vrijwel geheel Europa is opgericht (of beter gezegd: heropgericht) een Duitse vlag gehesen zou worden. In mijn ogen was dit niet alleen constrasterend, maar vreemder vind ik het nog dat er kennelijk Israeli’s zijn die trots zijn op Duitsland, ongeacht alle verschrikkingen die zich daar tijdens en voor de tweede wereldoorlog hebben afgespeeld. Wie bij mij dan ooit nog aankomt met een uitspraak als zouden immigranten het land waarin zij komen te wonen niet als vaderland zien, vind bij mij geen luisterend oor. Dat terzijde.
Em’ek Refa-iem is de meest onwinkelse winkelstraat die ik ooit heb gezien. Van de straat werd hoog opgegeven door een vrouw, die ik eerder in een boekenwinkel sprak. Zij woont in de Duitse wijk en vertelde mij dat het een winkelstraat was die niet te vergelijken was met de winkelstraten in het centrum, zoals Ben Yehuda en Yaffo. En ze had gelijk. Want waar in Ben Yehuda en Yaffo de winkels het algemene straatbeeld bepalen en de eetgelegenheden in de minderheid zijn, zo zijn in de winkelstraat Em’ek Refa-iem de winkels in de minderheid en de eetgelegenheden in de meerderheid. Om het anders, maar nog duidelijker te zeggen: de straat met bars en restaurantjes werdt zo nu en dan afgewisseld met een enkele winkel. Een van de winkels was een boekwinkel, waar ik een schrift heb gekocht, om mijn ervaringen in op te schrijven. Zulke lachwekkende gebeurtenissen moeten immers bewaard blijven voor het nageslacht, vind ik.
In tegenstelling tot de „oude stad“ zie ik hier af en toe iemand met een kipa, maar eigenlijk vrijwel niemand met een baard, hoed, zwarte kleding, pijpenkrullen, of een combinatie van dat alles. In deze wijk zijn mensen dus blijkbaar wel religieus, maar niet orthodox en dat vind ik op zich prettig. Niet omdat ik iets tegen orthodoxe Israeli’s heb, maar slechts om het simpele feit dat ik mijzelf nu niet zo in de minderheid voel. Aan de andere kant zou deze vallei, waarin ik nu loop, juist het gevoel van de minderheid moeten benadrukken. Het volk Israel kon immers, in de dagen van Davied, de tegenstander met de reus Go’li-ath niet verslaan en was dus feitelijk in een mindere positie.
Het verschil tussen meer en minder wordt in deze wijk overigens goed benadrukt. De wegen en straten zijn goed onderhouden en schoon - in tegenstelling tot de moslim-wijken – en de woningen hebben een bepaalde uitstraling. Kinderen zouden ze beschrijven als „mooi“, maar meer onderlegde mensen zouden zeggen dat de huizen „klasse“ hebben. Het komt allemaal op hetzelfde neer. Dit is duidelijk een van de betere wijken van Jeruzalem en hier vestigen zich de mensen die het geld hebben om zich een „mooi“ huis te veroorloven.
Op enig moment loop ik over de straat „Dubnov“ en hier klopt iets niet met het straatbeeld. Aan de linkerkant zie ik een prachtige rij huizen, maar aan mijn rechterhand, waarde vallei naar beneden toeloopt, zie ik een stuk dor landschap. Dat landschap is bezaaid met keien en rotsen. Sommigen zo klein als kiezels, anderen zo groot zoals ik ze voor het laatst bij de hunnebedden in Drenthe heb gezien. Hadden die reuzen van weleer nu maar een voorbeeld genomen aan onze Drenthenaren en de rotsen netjes bij elkaar gelegd in de vorm van iets waarvan historici nu alleen nog maar kunnen gokken van wat het toch in `s hemelsnaam zou voorstellen. Want nu lijkt dit landschap helemaal nergens naar. Of toch wel? Ik kijk over het veld uit en raap en van de vele keien op die er liggen. Met een soortgelijke steen, uit exact deze zelfde vallei, heeft Davied de reus Go’li-ath verslagen. Met een beetje geluk – en heel veel toeval – was het heel misschien wel deze zelfde steen die ik nu in mijn handen heb...
Dat zijn hele vreemde gedachten, die zo ineens door je hoofd kunnen spoken. De geschiedenis van Davied en de reus wil mij maar niet loslaten, terwijl ik hier rondwandel. Ik loop weer terug naar de oude stad, terwijl ik de indrukken die ik opgedaan heb op mij in laat werken. Vroeger woonden hier reuzen, nu Duitsers. Ach, op den duur wordt iedereen verslagen...
Reacties
Powered by: TransIP BV (colocatie) | Ahead-IT Supermicro Server Systems

